Beoordeling

Op welk onderdeel kan je nu hoeveel punten verdienen, en vooral: hoe kom je tot die punten?

Op het krantenartikel kan je 30 punten verdienen. De aandachtspunten gaan hier vooral naar de gegevens, lay-out, taal & zinsbouw.

Op het nieuwsbericht kan je 45 punten verdienen. De zaken waarop gelet wordt zijn de gegevens, lay-out, taalgebruik en presentatie.

Ook op het samenwerken kan je 25 punten verdienen. Hier wordt vooral gekeken naar de werkverdeling.  

Alles samen kan je dus 100 punten verdienen.


 punten Oh-Oh.. Dit is niet goed. Dit kan beter… Uitstekend!
KRANTENARTIKEL
Gegevens:  10 Per opgegeven deeltje dat aanwezig was, krijg je 1 punt.
Lay-out:  5
De lay-out is niet verzorgd, er staan geen prenten bij of er staan teveel prenten bij zodat het geheel onduidelijk wordt.
Er is een poging gedaan, maar geen consequent gebruik van de lay-out gemaakt. Er staan enkele afbeeldingen bij.
De lay-out is verzorgd en consequent gebruikt. Er staan voldoende afbeeldingen bij.
Taal & zinsbouw:  10
  • Er staan veel spellingfouten in.
  • De zinsbouw is vaak niet correct.
  • Er staan enkele spellingfouten in.
  • Ook tegen de zinsbouw worden enkele fouten gemaakt.
  • Er staan geen (heel erg weinig) spellingfouten in.
  • Er staan ook geen (heel weinig) fouten tegen de zinsbouw in.
Informatie:  5
De informatie die in het artikel stond was niet correct.
De informatie die in het artikel stond was deels correct. Niet alles klopte.
De informatie die in het artikel stond was correct.
 
NIEUWSBERICHT
Gegevens:  10 Per gegeven deeltje dat aanwezig was krijg je een half punt. Als het deeltje goed werd verklaard zodat iedereen het kon verstaan, krijg je nog eens een half punt.
Lay-out:  5
  • Op de PowerPoint stond teveel informatie.
  • Er werd teveel in zinnen geschreven in plaats van in kernwoorden.
  • Er stonden geen afbeeldingen bij.
  • Op de PowerPoint stond veel informatie.
  • Er werd met korte zinnen gewerkt, niet met krachtige kernwoorden.
  • Er stonden enkele afbeeldingen bij.
  • Op de PowerPoint werd met krachtige kernwoorden gewerkt.
  • Er stonden voldoende afbeeldingen.
  • Elk deeltje werd leuk ingeleid.
Taalgebruik:  10
Er stonden veel spellingfouten in de PowerPoint.
Er stonden enkele spellingfouten in de PowerPoint.
Er stonden geen (zeer weinig) spellingfouten in de PowerPoint.
Presentatie:  5
  • Er werd veel afgelezen van een blaadje of van de PowerPoint.
  • Men sprak veel dialect tijdens de presentatie.
  • Als er bijkomende vragen waren, antwoordde men daar niet op.
  • Eén persoon deed al het werk.
    De PowerPoint was niet verzorgd. Hij was te druk of niet af.
  • Er werd soms afgelezen van een blaadje/de PowerPoint.
  • Er kwamen enkele dialectische klanken in voor.
  • Bijkomende vragen werden soms opgelost.
  • Eén persoon deed veel meer dan de andere.
  • De PowerPoint was af, maar er waren enkele foutjes.

  • Er werd weinig (of niet) afgelezen van een blaadje of de PowerPoint.
  • Er kwamen vrijwel geen dialectische klanken in voor.
  • Het werk tijdens deze presentatie werd evenredig verdeeld tussen de twee.
  • De PowerPoint was goed afgewerkt.

Informatie: 

5

De informatie die in het nieuwsbericht stond was niet correct.
De informatie die in het nieuwsbericht stond was deels correct. Niet alles klopte.
De informatie die in het nieuwsbericht stond was correct.
  

SAMENWERKING

Taakverdeling:  10
  • Het werk werd vooral door één persoon gedaan.
  • Conflicten werden niet opgelost.
  • Het werk was niet evenredig verdeeld, één persoon deed veel meer dan de ander.
  • Conflicten werden uitgepraat door tussenkomst van de leerkracht.
  • Er werd niet veel overlegd.
  • Het werk werd evenredig verdeeld.
  • De 2 leerlingen hebben elk evenveel gedaan.
  • Conflicten werden zelfstandig opgelost.
  • Er werd voldoende overlegd.
Conflicten:  10
Conflicten werden niet opgelost.
Conflicten werden opgelost met tussenkomt van de leerkracht.
Conflicten werden zelfstandig opgelost.
Overleg:  5
Er werd niet overlegd. Groepsleden deden elk hun eigen ding.
Er werd overlegd maar niet veel. Groepsleden wisten niet wat hun taken waren.
Er werd voldoende overlegd. Elk groepslid wist wat hij/zij moest doen.
 

Hoeveel punten heb jij gehaald?

Comments